Cholesterol als risicofactor

De identificatie van risicofactoren voor atherosclerose is nog relatief ‘nieuw’. Na de Tweede Wereldoorlog werd in Framingham, een kleine stad in de Massachusetts (US) een groot prospectief onderzoek uitgevoerd naar het belang van risicofactoren voor hart- en vaatziekten. De bevolking van deze stad vormde een redelijke afspiegeling van de bevolking van de Verenigde Staten. Elke twee jaar werd en wordt de bevolking van Framingham onderzocht op risicofactoren en op de klinische gevolgen van atherosclerose. Vrij snel werd duidelijk dat op grond van de individuele aanwezigheid van bepaalde risicofactoren, zoals een hoge cholesterolconcentratie, kon worden voorspeld of er een grote kans bestond op het ontstaan van hart- en vaatziekten dan bij vergelijkbare individuen zonder deze risicofactor.

In 1985 wonnen de Amerikanen Brown en Goldstein voor hun research naar cholesterolmetabolisme de Nobelprijs. Zij ontdekten dat LDL-cholesterol in het bloed door de lever kan worden opgenomen door de LDL-receptor en dat een erfelijk tekort aan deze receptor leidt tot familiaire hypercholesterolemie. Gebaseerd op deze observaties zijn medicijnen ontwikkelt (statinen) die het aantal cholesterolreceptoren op de levercellen (hepatocyt) vergroten en leiden tot lagere LDL-cholesterolconcentraties in het bloed.


Bron: